Wettelijke eisen speeltoestellen

Wettelijke eisen speeltoestellen

Voor speeltoestellen zijn er diverse veiligheids- en wettelijke eisen opgesteld om de veiligheid en gezondheid van de mens te waarborgen. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) ziet in Nederland toe op de veiligheid van speeltoestellen. Maar waar zien zij precies op toe en wie is verantwoordelijk?

Welke wetgeving is er met betrekking tot speeltoestellen?

Sinds 1996 zijn er in Nederland regels en wettelijke normen voor speeltoestellen. Aanleiding daarvoor was het grote aantal ongevallen. Daarom werd het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) opgesteld. In de wet staat dat alle speeltoestellen in de openbare ruimte veilig moeten zijn. Na plaatsing van speeltoestellen vindt handhaving plaats door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). Dit houdt in dat zij de enige organisatie is die speeltoestellen mag sluiten en/of boetes mag opleggen aan de beheerder. 

Europese norm EN 1176

In het buitenland is er niet altijd sprake van specifieke wetgeving, maar de essentie van uw verantwoordelijkheid is hetzelfde: U kunt aansprakelijk worden gehouden voor een ongeval wanneer uw toestel niet veilig is. Het Nederlandse WAS verwijst bovendien naar een aantal Europese normen voor speeltoestellen.

De Europese vastgestelde veiligheidseisen voor speeltoestellen zijn vastgelegd in de EN 1176 (Nederlandse variant NEN-EN 1176). De norm heeft verschillende delen, waarvan drie delen overkoepelend gelden.

Allereerst de NEN-EN 1176-1:2017. Deze norm is vooral voor ontwerpers, fabrikanten en importeurs van belang. Hierin staan de veiligheidseisen met betrekking tot materialen en constructieve stabiliteit, de toegankelijkheid, bescherming tegen vallen en letsel tijden bewegen en vallen, en bescherming tegen beknelling. Ook staat in de norm hoe speeltoestellen getoetst moeten worden, welke informatie een leverancier moet verstrekken en welke markeringen er aangebracht moeten worden.

De NEN-EN 1176-7:2020 is de leidraad voor plaatsing, controle, onderhoud en gebruik van het toestel. Daarmee is de norm met name voor beheerders relevant.

Tot slot de NEN-EN 1177:2017. Deze norm omschrijft de schokabsorberende bodemoppervlakken van speelplaatsen en bepaalt de kritische valhoogte.

Uiteraard gelden de Europese normen ook voor Nederland. Echter, is het Warenwetbesluit voor attractie- en speeltoestellen uitgebreider en leidend in Nederland.

Op welke speeltoestellen is het WAS wel of niet van toepassing?

In het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen is een speeltoestel gedefinieerd als een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Daarnaast sluit de wet een aantal speeltoestellen uit:

 

  • speeltoestellen die bestemd zijn voor huishoudelijk gebruik (een speeltoestel in de achtertuin bijvoorbeeld). Deze worden beschouwd als speelgoed: deze toestellen vallen onder het Warenwetbesluit Speelgoed
  • elektrische speeltoestellen (denk aan een speeltoestel voor het winkelcentrum dat in werking gaat door er geld in te gooien). Het Warenwetbesluit elektrotechnische producten is hierop van toepassing.

Speeltoestellen die door kinderen zelf gemaakt zijn zoals op bouwspeelplaatsen. Let op, als deze toestellen in stand worden gehouden, heeft de beheerder wél een verantwoordelijkheid.

Op wie is de wetgeving van toepassing?

Het WAS is van toepassing in zowel de ontwerp, productie als gebruikfase. Elke speler in de keten draagt een bepaalde verantwoordelijkheid. Zo moet de ontwerper, fabrikant of importeur/distribiteur van een attractie- of speeltoestel ervoor zorgen dat het speeltoestel voldoet aan alle geldende eisen en dat ze het speeltoestel zo ontwerpen en maken dat het geen gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van de mens. Dit wordt gewaarborgd door een aangewezen keuringsinstantie (AKI), zoals TÜV NORD, het toestel te laten onderzoeken, toetsen en keuren. Wanneer deze instantie het toestel een certificaat van goedkeuring afgeeft, mag het in gebruik genomen worden.

Wanneer een toestel zich in de gebruiksfase bevindt zijn ook partijen die toestellen beschikbaar stellen voor het publiek, de verhuurder/beheerder, verplicht te voldoen aan het WAS. Daarin wordt de verhuurder verantwoordelijk voor het juist plaatsen van het toestel. Dit betekent niet dat een verhuurder zelf het toestel moet installeren bij de huurder. Aan deze verplichting kan ook op een andere manier worden voldaan, namelijk door het overbrengen van duidelijke instructies.

Heb je vragen of opmerkingen? Stuur ons een bericht!
Neem direct contact op met onze specialist via