MENU

De NEN veiligheidsladder

  1. Certificaten & Keurmerken
  2. Veiligheidsladder
  3. NEN Veiligheidsladder

Komen er, ondanks het gebruik van veiligheidshulpmiddelen  en zorgvuldige implementatie van veiligheidsprocessen, nog steeds incidenten voor op de werkvloer? Dan kunt u zichzelf afvragen of er wel voldoende veiligheidsbewustzijn is onder uw werknemers.

De Veiligheidsladder helpt u die extra stap te zetten en een veiligheidscultuur binnen uw organisatie op te zetten. Op deze pagina leest u:

  • Wat de Veiligheidsladder is
  • Wat het verschil is tussen de vijf treden van de Veiligheidsladder 
  • Hoe u zich certificeert voor een trede van de Veiligheidsladder

Wat is de op hearts and minds geïnspireerde NEN veiligheidsladder?

De NEN veiligheidsladder is geïnspireerd op het hearts and minds model dat gebaseerd is op 20 jaar aan universitaire studies rondom het vergroten van veiligheidsbewustzijn.

Op basis van dit hearts and minds model werd de Veiligheidsladder ontwikkeld door ProRail met als doel het veiligheidsbewustzijn onder werknemers te verhogen. Per 1 juni 2016 heeft Prorail de veiligheidsladder overgedragen aan het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) waardoor de Veiligheidsladder nu ook in andere sectoren toepasbaar is.

Volgens het hearts and minds model kan een veiligheidscultuur in een organisatie zich in een bepaald stadium van volwassenheid bevinden. Het hearts and minds model en de Veiligheidsladder onderscheiden beiden 5 verschillende niveaus.

Per niveau, ook wel trede genoemd, staat in de NEN Veiligheidsladder vastgesteld aan welke eisen een organisatie moet voldoen, welke criteria bij die specifieke trede horen, welke score kan worden toegekend aan de criteria en waar auditoren op letten tijdens certificering voor een bepaalde trede.

Elk niveau van de NEN Veiligheidsladder geeft aan in welke fase de organisatie zit wat betreft veiligheid. Des te meer veiligheidsbewustzijn in alle lagen van de organisatie is opgenomen, des te hoger de organisatie zal scoren op de Veiligheidsladder.

Voor wie is de veiligheidsladder bedoeld?

Ieder type organisatie in iedere branche kan zich laten certificeren voor de Veiligheidsladder. Het maakt niet uit of u actief bent in de dienstverlening, industrie of dat uw organisatie een non-profit of een profit organisatie is.

Een vereiste voor certificering is dat alle ketenpartijen die werkzaam zijn binnen de organisatie moeten voldoen aan de vereisten van de Veiligheidsladder. U zult dus binnen alle lagen van de organisatie veiligheidsbewustzijn door moeten voeren om tot certificering te komen.

Hoe werkt de veiligheidsladder?

De veiligheidsladder bestaat uit vijf verschillende treden. Iedere trede vertegenwoordigt een ander niveau van volwassenheid van de veiligheidscultuur binnen de organisatie. Om de mate van volwassenheid vast te stellen zijn een aantal eisen opgesteld waar een organisatie aan moet voldoen om zich te certificeren voor een bepaalde trede.

Een Ladder Certificerende Instelling (LCI) controleert of een organisatie voldoet aan de eisen die per trede gesteld zijn. Dat gebeurt op basis van zes bedrijfsaspecten die vervolgens weer zijn onderverdeeld in 18 bedrijfskarakteristieken. Voor alle bedrijfskarakteristieken zijn per trede specifieke criteria opgesteld. Tijdens een audit beoordelen twee auditoren of uw organisatie voldoet aan alle eisen voor de trede waarvoor u zich wilt certificeren.

Voldoet uw organisatie aan de minimum score voor een bepaalde trede? Dan ontvangt u certificering voor die specifieke trede van de Veiligheidsladder.

Treden van de veiligheidsladder

Wat is het verschil tussen de vijf treden van de Veiligheidsladder?

  • Veiligheidsladder trede 1: Pathologisch
    Trede 1 van de Veiligheidsladder is de enige trede waarvoor u zich niet kunt certificeren. Dit niveau van de Veiligheidsladder krijgt het label “pathologisch” omdat organisaties op deze trede handelen met het idee “bij ons gaat niets fout, dus waarom onze tijd verdoen met preventieve veiligheidsmaatregelen”. In organisaties op deze trede wordt nauwelijks tot niet geïnvesteerd in de verbetering van veilig gedrag.
  • Veiligheidsladder trede 2: Reactief 
    Veiligheidsgedrag in organisaties op trede 2 van de Veiligheidsladder wordt getypeerd door actie-reactie. Vaak worden in deze organisaties pas veranderingen doorgevoerd zodra er iets is misgegaan.
    Bij een ongeval wordt bovendien vaak de schuld elders gezocht in plaats van dat er met een kritische blik naar de huidige mate van veiligheidsbewustzijn wordt gekeken. Hierdoor zijn veranderingen in het gedrag vaak van zeer korte duur.
  • Veiligheidsladder trede 3: Berekenend 
    Organisaties die gecertificeerd zijn voor trede 3 van de Veiligheidsladder erkennen het belang van veiligheidsregels en veilig gedrag, maar gaan hier nog vooral mee aan de slag vanuit eigenbelang.
    Organisaties op trede 3 durven zich kwetsbaar op te stellen en nemen verantwoordelijkheid voor zwakke plekken binnen de veiligheidscultuur. Echter gebeurt dat in deze fase nog vooral vanuit het management. Andere lagen van de organisatie voelen zich vaak nog niet voldoende betrokken bij het veiligheidsbeleid.
  • Veiligheidsladder trede 4: Proactief 
    Organisaties op trede 4 van de Veiligheidsladder zijn proactief bezig om veiligheidsrisico’s in kaart te brengen en deze terug te dringen. Veiligheid heeft binnen de organisatie de hoogste prioriteit en alle lagen van de organisatie voelen zich betrokken bij het naleven van de veiligheidsregels.
    Iedereen in de organisatie voelt zich verantwoordelijk voor een veilige werkvloer. Medewerkers denken mee over verbeteringen, spreken elkaar aan op onveilig gedrag en denken zelf na over de bijdrage die ze kunnen leveren. Op basis van de bijdragen van medewerkers worden in de organisatie regelmatig verbeteringen doorgevoerd. 
  • Veiligheidsladder trede 5: Vooruitstrevend 
    Trede 5 is de hoogst te behalen trede op de Veiligheidsladder. Een organisatie behaalt enkel deze trede wanneer veiligheid volledig is geïntegreerd in alle lagen van de organisatie en is opgenomen in bedrijfsprocessen. Bovendien worden in de organisatie en in de branche er met regelmaat reflectie- en evaluatiemomenten ingepland. Kennis rondom het verbeteren van de veiligheid wordt tussen medewerkers en binnen de branche gedeeld. 

Wilt u specifiek weten welke eisen er aan iedere trede verbonden zitten? Hier downloadt u geheel gratis de norm van de Veiligheidsladder. In de norm vindt u in detail de eisten, de criteria en het scoringsmechanisme van de Veiligheidsladder.

Wat is de TenneT Pilot?

De Europese netbeheerder TenneT zet veiligheid voorop en vereist daarom sinds 2016 van haar leveranciers en partners dat zij gecertificeerd zijn voor de Veiligheidsladder. Bestaande leveranciers en partners dienen uiterlijk eind 2018 aan de vereisten te voldoen.

Hoe verschilt de TenneT Pilot van de NEN Veiligheidsladder?
Speciaal voor TenneT zijn er aanvullende Veiligheidsladder producten ontworpen die zijn goedgekeurd door het NEN. Op basis van de omvang van de werkzaamheden en een risicoclassificatie uitgevoerd door TenneT wordt bepaald welke producten door een organisatie in gebruik genomen moeten worden.

Bent u een leverancier of partner van Tennet? Dan dient u te voldoen aan de vereisten van de aanvullende producten.

Er zijn twee verschillende aanvullende Veiligheidsladder producten te onderscheiden:

  • De Self-Assessment Questionnaire (SAQ)
  • Het SAQ+ statement / ervaringsaudit
  • Certificering voor de Veiligheidsladder

Hieronder vindt u een korte specificatie van ieder onderdeel van de TenneT Pilot.

De Self-Assessment Questionnaire (SAQ)
Ten behoeve van de Veiligheidsladder heeft het NEN een webtool ontwikkeld waarmee organisaties hun veiligheidscultuur kunnen toetsen. Organisaties die willen voldoen aan de vereisten van de TenneT Pilot dienen deze SAQ webtool in te vullen en op basis van de resultaten een rapportage op te stellen.

Het rapport wordt vervolgens beoordeeld door een Ladder Certificerende Instelling (LCI). Om de webtool te gebruiken heeft u een abonnement nodig. U vindt de SAQ webtool en meer informatie over het abonnement op de website van het NEN.

Het SAQ+ statement / ervaringsaudit
Het SAQ statement wordt beoordeeld door een Ladder Certificerende Instelling (LCI). Hierbij wordt gecontroleerd of de SAQ op de juiste manier ingevuld is en of er een gap analyse en een actieplan opgesteld is. Ook beoordeelt het LCI of de kwaliteit hiervan voldoende is.

Tijdens de SAQ+ ervaringsaudit beoordeelt de LCI vervolgens in de praktijk of er een veiligheidscultuur aanwezig is en of er op basis van de gap analyse en het actieplan ook voldoende actie wordt ondernomen.

Certificering voor de Tennet Pilot 
Per leverancier wordt vastgesteld voor welke trede de leverancier gecertificeerd dient te zijn om zaken te kunnen doen met TenneT. Certificering voor de TenneT Pilot is 3 jaar geldig, met jaarlijks vereiste tussenliggende audits op het SAQ, het SAQ+ of het Veiligheidsladder certificaat. Wilt u zich certificeren voor de TenneT Pilot en voldoen aan de vereisten van de aanvullende producten? Bij TÜV Nederland kunt u terecht voor certificering van de Veiligheidsladder als wel voor de aanvullende producten.

Stel uw vraag over de veiligheidsladder aan onze specialist

  • Welke stappen moet u zetten om tot certificering te komen?
  • Hoe bepaalt u voor welke trede van de Veiligheidsladder u zich laat certificeren?
  • Wat kunt u verwachten van een audit?

In een vrijblijvend en verkennend gesprek met een Veiligheidsspecialist van TÜV krijgt u antwoord op al uw vragen omtrent de Veiligheidsladder. Zo helpen we u weer een stap dichterbij certificering te komen.

Informatie en offertes voor certificering

Afdeling Sales Certification

Afdeling Sales Certificatie
TÜV Nederland

0499 - 339 526

Stel uw vraag over
Certificering van managementsystemen, keurmerken en andere schema's