Skip to content

Keuring gevelonderhoudsinstallatie (GOI)

Onafhankelijke keuring voor veilig werken op hoogte

Een gevelonderhoudsinstallatie moet veilig en betrouwbaar functioneren. Slijtage en technische gebreken kunnen risico’s opleveren bij werken op hoogte. TÜV NORD Nederland keurt onafhankelijk de technische staat, werking en veiligheid van gevelonderhoudsinstallaties (GOI). Zo worden mogelijke gebreken tijdig inzichtelijk en kan onderhoud aan gevels veilig worden uitgevoerd.

Vraag een offerte aan
TÜV NORD Inspecteur in een gevelonderhoudinstallatie met Amsterdam in de achtergrond.

Voor wie is deze keuring bedoeld?

De keuring van een gevelonderhoudsinstallatie is bedoeld voor organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer, onderhoud of veilige gebruik van gevelonderhoudsinstallaties.

Dit geldt onder andere voor:

  • Gebouweigenaren, vastgoedbeheerders en Verenigingen van Eigenaars (VvE's)
  • Woningcorporaties en facility managers
  • Glazenwassers en gevelreinigingsbedrijven
  • Onderhoudsfirma's en fabrikanten van gevelonderhoudsinstallaties
  • Beheerders van kantoren, zorginstellingen, ziekenhuizen en hotels

Wie is verantwoordelijk voor de keuring?

De verantwoordelijkheid voor een veilige en tijdig gekeurde gevelonderhoudsinstallatie hangt af van de eigendoms-, beheer- en gebruikssituatie.

Werkgevers moeten zorgen voor veilige arbeidsmiddelen. Eigenaren en beheerders hebben daarnaast verantwoordelijkheden bij het beschikbaar stellen, beheren en onderhouden van de installatie. Ook wanneer werkzaamheden zijn uitbesteed, blijven duidelijke afspraken over onderhoud, keuringen en veilig gebruik noodzakelijk.

Wat houdt de keuring in?

Wat is een gevelonderhoudsinstallatie (GOI)?

Een gevelonderhoudsinstallatie (GOI) is een installatie waarmee personen veilig naar een werkpositie aan de buitenzijde van een gebouw worden verplaatst. Vanaf het werkplatform voeren zij werkzaamheden uit, zoals glazenwassen, gevelreiniging, inspecties en onderhoud.

Er bestaan verschillende soorten gevelonderhoudsinstallaties, waaronder:

  • Hangende werkplatforms aan dakwagens, dakbalken of monorailsystemen
  • Mastinstallaties
  • Verrijdbare gevelladders
  • Verrijdbare werkbruggen
  • Tijdelijke hangsteigers

Welke technische eisen en keuringen van toepassing zijn, hangt af van het type installatie, de uitvoering en de fabrikantvoorschriften.
 

Wanneer moet een gevelonderhoudsinstallatie worden gekeurd?

Een gevelonderhoudsinstallatie moet veilig kunnen worden gebruikt. Daarom gelden op grond van de arbeidsomstandighedenregelgeving keuringsverplichtingen, afhankelijk van onder andere de installatie, gebruiksomstandigheden en risico's.

TÜV NORD Nederland hanteert voor periodieke GOI-keuringen een keuringsinterval van maximaal twaalf maanden. Afhankelijk van de fabrikantvoorschriften, gebruiksomstandigheden en vastgestelde risico's kan een korter interval nodig zijn.

Naast de periodieke keuring kan een aanvullende keuring noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld na installatie, verplaatsing, beschadiging, een ongeval of een ingrijpende wijziging.
 

Welke soorten GOI-keuringen zijn er?

TÜV NORD Nederland voert verschillende keuringen uit, afhankelijk van de installatie en de aanleiding.

Een eerste keuring vindt plaats na installatie en vóór het eerste gebruik, wanneer de veiligheid afhankelijk is van de montage. Hierbij beoordelen we onder andere de installatie, montage, technische documentatie en werking van de veiligheidsvoorzieningen.

Tijdens de periodieke keuring beoordelen we de technische staat en veilige werking van de gevelonderhoudsinstallatie. Daarbij controleren we onder andere slijtage, beschadigingen, veroudering en de werking van veiligheidsvoorzieningen.

Een tijdelijke hangsteiger wordt na montage op een nieuwe locatie of opstellingsplek gekeurd wanneer de veiligheid afhankelijk is van de montage. De inspecteur beoordeelt de opstelling, ophanging, bevestigingen en veilige werking voordat de installatie wordt gebruikt.

Na een wijziging of ingrijpende reparatie kan een aanvullende keuring nodig zijn. Hierbij beoordelen we de gevolgen voor de veiligheid, de aanwezige documentatie en of aanvullende technische of wettelijke beoordelingen noodzakelijk zijn.

Wat controleren we tijdens een GOI-keuring?

Tijdens een GOI-keuring beoordeelt TÜV NORD Nederland de technische staat, werking en veiligheid van de installatie. Daarbij kijken we naar mogelijke gebreken die kunnen ontstaan door gebruik, slijtage, veroudering, onderhoud of wijzigingen.

Afhankelijk van het type installatie en de keuringssoort controleren we onder andere:

  • Documentatie en onderhoud: gebruiksaanwijzingen, onderhoudsgegevens, eerdere keuringsrapporten, het logboek en informatie over reparaties en wijzigingen.
  • Constructie en railbaan: het werkplatform, de draagconstructie, bevestigingen en de volledige aanwezige railbaan op beschadigingen, vervorming, corrosie en andere gebreken.
  • Technische onderdelen: aandrijvingen, lieren, remmen, staalkabels, kabelbevestigingen en relevante elektrische, mechanische en hydraulische onderdelen.
  • Veiligheidsvoorzieningen: noodstoppen, begrenzers, vanginrichtingen, de aardlekschakelaar en andere voorzieningen die nodig zijn voor veilig gebruik.
  • Gevelgeleiding: de aanwezige gevelgeleidingspunten en de zichtbare staat van de bevestigingen.
  • Noodvoorzieningen: noodbediening, veiligheidsinstructies en voorzieningen waarmee personen bij een storing veilig kunnen worden bevrijd.
  • Veilige toegang: de route naar de installatie, inclusief ladders, trappen, dakluiken, looppaden, bordessen en instapvoorzieningen.

Waar van toepassing voeren we functionele tests en beproevingen uit. Ook worden de staalkabels over de volledige te inspecteren lengte gecontroleerd.

De inspecteur vergelijkt de aanwezige installatie met de relevante fabrikantdocumentatie en toepasselijke beoordelingscriteria. Eventuele afwijkingen, ontbrekende gegevens of noodzakelijke aanvullende onderzoeken worden vastgelegd in het keuringsrapport.
 

Ook aandacht voor veiligheid op het dak

Een gevelonderhoudsinstallatie moet niet alleen technisch veilig zijn, maar ook veilig bereikbaar en te gebruiken zijn.

Daarom beoordelen we de toegangsroute en de voorzieningen die nodig zijn voor veilig gebruik van de installatie. Daarbij letten we onder andere op val- en doorvalgevaar, struikelgevaar en elektrische risico's.

Ook veranderingen op het dak kunnen van invloed zijn op de veiligheid. Denk aan zonnepanelen, kabelgoten, luchtbehandelingsinstallaties of zendinstallaties die de toegangsroute of bewegingsruimte beperken.

Een afzonderlijke periodieke inspectie van dakankers, lijnsystemen of andere dakveiligheidsvoorzieningen valt niet automatisch onder de GOI-keuring. Indien gewenst kunnen deze inspecties aanvullend worden afgestemd.

Hoe verloopt een keuring van een gevelonderhoudsinstallatie?

Stap 1

Voorbereiding en afstemming

We stemmen de keuring, benodigde documentatie en ondersteuning vooraf af. De keuring wordt uitgevoerd door een TÜV NORD-inspecteur en een monteur van de onderhoudsfirma, of in overleg door twee inspecteurs.

Stap 2

Documentcontrole en inspectie

De inspecteur beoordeelt de technische documentatie, onderhoudsgegevens en eerdere keuringen. Daarna controleren we de installatie, veilige toegang en veiligheidsvoorzieningen op gebreken en afwijkingen.

Stap 3

Functionele tests en beproevingen

We testen de werking van de installatie en de veiligheidsvoorzieningen, zoals remmen, begrenzers en noodbediening. De beproevingen worden uitgevoerd volgens de toepasselijke voorschriften en beoordelingscriteria.

Stap 4

Rapportage en keuringsresultaat

De bevindingen worden digitaal vastgelegd in een keuringsrapport. Bij goedkeuring ontvangt de installatie een goedkeuringssticker en verstrekt TÜV NORD een Certificaat van Goedkeuring. Het resultaat wordt ook in het logboek geregistreerd.

Wat gebeurt er als een GOI niet wordt goedgekeurd?

Wanneer tijdens de keuring tekortkomingen worden vastgesteld, legt de inspecteur deze vast in het keuringsrapport. Hierin staat welke gebreken zijn aangetroffen en wat de gevolgen zijn voor het veilige gebruik van de installatie.

De onderhoudsfirma kan de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uitvoeren en het herstel met de bijbehorende bewijsstukken afmelden via het klantportaal van TÜV NORD Nederland.

Vervolgens beoordeelt TÜV NORD of het herstel voldoende is aangetoond. Afhankelijk van de tekortkomingen kunnen aanvullende bewijsstukken, een herkeuring of een aanvullende beproeving op locatie nodig zijn.

Een herstelmelding betekent niet automatisch dat de installatie opnieuw is goedgekeurd. Een onveilige installatie mag niet worden gebruikt. Eventuele gebruiksbeperkingen blijven van toepassing totdat de veiligheid voldoende is vastgesteld.
 

Onderhoud en keuring: wat is het verschil?

Regelmatig onderhoud en periodieke keuringen zijn beide belangrijk voor de veiligheid en betrouwbaarheid van een gevelonderhoudsinstallatie. Ze hebben echter een verschillend doel.

  • Onderhoud richt zich op het in goede staat houden van de installatie. De onderhoudsfirma controleert, onderhoudt, stelt af en vervangt onderdelen volgens de fabrikantvoorschriften.
     
  • Een keuring is een deskundige beoordeling van de technische staat, werking en veiligheid van de installatie aan de hand van de toepasselijke beoordelingscriteria.

Onderhoud vervangt een verplichte keuring niet. Andersom vervangt een keuring ook het noodzakelijke onderhoud of de controles vóór gebruik niet.
 

Reparaties en wijzigingen aan een GOI

Een reparatie of wijziging kan invloed hebben op de veiligheid en op de geldigheid van eerdere beoordelingen.

Bij belangrijke wijzigingen aan bijvoorbeeld de draagconstructie, besturing, snelheid of het draagvermogen kan een aanvullende veiligheidsbeoordeling nodig zijn. In bepaalde gevallen kunnen ook nieuwe verplichtingen rond CE-markering ontstaan.

Tijdens de keuring controleren we of relevante wijzigingen en reparaties zijn vastgelegd en of de benodigde technische onderbouwing en aanvullende beoordelingen beschikbaar zijn.

Een periodieke GOI-keuring vervangt een eventueel noodzakelijke risicobeoordeling of CE-conformiteitsbeoordeling niet.
 

Welke wetgeving en normen gelden voor een GOI-keuring?

Voor gevelonderhoudsinstallaties gelden verschillende wettelijke eisen en technische voorschriften. Welke eisen van toepassing zijn, hangt onder andere af van het type installatie, het bouwjaar en de uitvoering.

Belangrijke kaders zijn:

  • Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 7.4a: bevat verplichtingen voor het keuren van arbeidsmiddelen, waaronder keuringen na installatie, periodieke keuringen en keuringen na uitzonderlijke gebeurtenissen.
  • NEN-EN 1808: beschrijft veiligheidseisen, ontwerpcriteria en beproevingen voor hangende toegangssystemen en bijbehorende ondersteuningssystemen.
  • Fabrikantvoorschriften: bevatten instructies voor veilig gebruik, onderhoud, inspecties en noodzakelijke controles.
  • Europese machinewetgeving: stelt eisen aan de veiligheid en conformiteitsbeoordeling van nieuwe en, onder bepaalde voorwaarden, ingrijpend gewijzigde machines.
     
  • CVG-besluiten en informatiebladen: De Commissie Veiligheid Gevelonderhoudsinstallaties (CVG) geeft praktische toelichting op veiligheidseisen en de stand van de techniek. TÜV NORD Nederland houdt bij de keuring rekening met relevante CVG-documenten, voor zover deze van toepassing zijn.

TÜV NORD Nederland beoordeelt de installatie op basis van de toepasselijke wettelijke eisen, fabrikantvoorschriften en relevante technische beoordelingscriteria. Daarbij houden we rekening met de oorspronkelijke uitvoering en het wettelijke kader dat daarop van toepassing is.
 

Digitaal logboek voor gevelonderhoudsinstallaties

Een actueel logboek biedt inzicht in de onderhouds- en keuringshistorie van een gevelonderhoudsinstallatie.

TÜV NORD Nederland kan een digitaal invulbaar registratieboek of logboek verzorgen. Hierin kunnen onder andere keuringen, onderhoudswerkzaamheden, storingen, reparaties, wijzigingen en relevante documenten worden vastgelegd.

Zo blijft belangrijke informatie overzichtelijk beschikbaar voor eigenaren, beheerders, onderhoudsfirma's en inspecteurs. De actuele gegevens moeten ook op locatie toegankelijk zijn voor betrokken medewerkers.

Meer weten over gevelonderhoudsinstallaties?

PRAKTISCHE KENNIS

Gevelonderhoudsinstallatie aanpassen


Wanneer is een nieuwe keuring nodig? Ontdek wat wijzigingen betekenen voor de veiligheid, verantwoordelijkheden en benodigde beoordelingen.
PRAKTISCHE KENNIS

CE-markering en NoBo-beoordeling


Wanneer is een NoBo nodig bij een gevelonderhoudsinstallatie? Lees meer over CE-verplichtingen, NEN-EN 1808 en de Europese machinewetgeving.

Waarom kiezen voor TÜV NORD?

Met een onafhankelijke GOI-keuring door TÜV NORD Nederland ontstaat duidelijkheid over de technische staat en veiligheid van de gevelonderhoudsinstallatie. Onze inspecteurs combineren specialistische technische kennis met een onafhankelijke beoordeling.

TÜV NORD Nederland voert zelf geen onderhoud uit aan de beoordeelde gevelonderhoudsinstallaties. Zo blijven onderhoud en onafhankelijke keuring gescheiden.

Wat kun je verwachten?

  • Deskundige en onafhankelijke inspecteurs
  • Een uitgebreide beoordeling van de installatie en de veilige toegang
  • Keuringen volgens de toepasselijke beoordelingscriteria en fabrikantvoorschriften
  • Een duidelijke digitale rapportage met de bevindingen
  • Een goedkeuringssticker en Certificaat van Goedkeuring bij goedkeuring
  • Een overzichtelijke afhandeling van tekortkomingen via het klantportaal
  • Mogelijkheden voor een digitaal logboek

Veelgestelde vragen

Antwoorden op veelgestelde vragen

Ja, voor gevelonderhoudsinstallaties kunnen keuringsverplichtingen gelden op grond van artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het gaat onder andere om keuringen na installatie, periodieke keuringen en keuringen na uitzonderlijke gebeurtenissen die de veiligheid kunnen beïnvloeden.

Welke keuring noodzakelijk is, hangt af van de installatie en de omstandigheden waarin deze wordt gebruikt.

TÜV NORD Nederland hanteert voor periodieke GOI-keuringen een interval van maximaal twaalf maanden. Afhankelijk van fabrikantvoorschriften, gebruiksomstandigheden of risico's kan een korter interval nodig zijn.

Daarnaast kan een keuring vereist zijn na installatie, verplaatsing, beschadiging of een belangrijke wijziging.

De werkgever is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van veilige arbeidsmiddelen aan medewerkers. Ook eigenaren en beheerders hebben verantwoordelijkheden die voortvloeien uit hun rol bij het beheer en beschikbaar stellen van de installatie.

Het is daarom belangrijk om duidelijke afspraken te maken over onderhoud, keuringen, documentatie en veilig gebruik.

Een GOI-keuring wordt door TÜV NORD Nederland met twee personen uitgevoerd. Meestal ondersteunt een monteur van de onderhoudsfirma onze inspecteur. Deze monteur is bekend met de installatie en de bediening ervan.

In overleg kunnen ook twee TÜV NORD-inspecteurs worden ingezet, mits de keuring veilig kan worden uitgevoerd.

De tekortkomingen worden vastgelegd in het keuringsrapport. Na herstel kan de onderhoudsfirma de werkzaamheden met bewijsstukken afmelden via het klantportaal van TÜV NORD Nederland.

TÜV NORD beoordeelt of het herstel voldoende is aangetoond of dat een herkeuring of aanvullende beproeving nodig is. Een onveilige installatie mag niet worden gebruikt.

Nee. Onderhoud is gericht op het in goede staat houden van de installatie. Een keuring beoordeelt of de installatie voldoet aan de toepasselijke veiligheidseisen en beoordelingscriteria.

Beide zijn nodig om veilig gebruik van de gevelonderhoudsinstallatie te ondersteunen.

Na een wijziging die de veiligheid kan beïnvloeden, kan een aanvullende keuring noodzakelijk zijn. Denk aan aanpassingen aan de draagconstructie, besturing, aandrijving of het draagvermogen.

Bij ingrijpende wijzigingen kunnen daarnaast aanvullende verplichtingen gelden voor de technische documentatie en CE-conformiteitsbeoordeling.

Afhankelijk van de installatie en keuringssoort zijn onder andere de gebruiksaanwijzing, relevante technische documentatie, eerdere keuringsrapporten, onderhoudsgegevens en het logboek nodig.

Ook informatie over reparaties, vervangen onderdelen en wijzigingen kan belangrijk zijn. TÜV NORD Nederland stemt vooraf af welke documenten beschikbaar moeten zijn.

NEN-EN 1808 is een Europese norm voor hangende toegangssystemen, zoals bepaalde gevelonderhoudsinstallaties en tijdelijke hangsteigers.

De norm bevat onder andere veiligheidseisen, ontwerpcriteria en beproevingen. Welke eisen van toepassing zijn, hangt af van het type installatie en de relevante normeditie.

Ja. Een digitaal logboek kan worden gebruikt om keuringen, onderhoud, storingen, reparaties en wijzigingen vast te leggen.

Belangrijk is dat de gegevens actueel zijn en de noodzakelijke informatie beschikbaar is voor gebruikers, onderhoudsmedewerkers en inspecteurs.

Aanbevolen bronnen

Mederwerker van TÜV NORD zit achter laptop klaar om je vragen te beantwoorden

Heb je een vraag over de keuring van jouw gevelonderhoudsinstallatie?

Een onafhankelijke keuring geeft inzicht in de technische staat en veiligheid van de installatie. TÜV NORD Nederland ondersteunt gebouweigenaren, vastgoedbeheerders en organisaties bij het beoordelen van gevelonderhoudsinstallaties.
Stel je vraag via het formulier, wij reageren snel en duidelijk.