Skip to content

Praktische kennis

Gevelonderhoudsinstallatie aanpassen: wanneer is een nieuwe keuring nodig?

Een gevelonderhoudsinstallatie (GOI) kan tijdens de levensduur worden gerepareerd, aangepast of gemoderniseerd. Denk aan het vervangen van een aandrijving, het aanpassen van de besturing of het vergroten van het bereik. Maar wat betekenen deze veranderingen voor de veiligheid en de bestaande keuring?

TÜV NORD inspecteur op een gevelonderhoudsinstallatie

Niet iedere aanpassing vraagt om een nieuwe CE-markering of uitgebreide beoordeling. Wel is het belangrijk om vooraf vast te stellen welke gevolgen de werkzaamheden hebben voor de veiligheid, welke documentatie nodig is en of een aanvullende keuring moet plaatsvinden.
 

Wat is het verschil tussen onderhoud, reparatie en een wijziging?

Bij werkzaamheden aan een gevelonderhoudsinstallatie is het belangrijk om onderscheid te maken tussen onderhoud, reparaties en wijzigingen. De aard van de werkzaamheden bepaalt mede welke veiligheidsbeoordelingen noodzakelijk zijn.

  • Onderhoud: werkzaamheden om de installatie in goede staat te houden, zoals smeren, afstellen en het controleren van onderdelen volgens de fabrikantvoorschriften.
     
  • Reparatie: het herstellen van een defect of vervangen van een beschadigd onderdeel om de oorspronkelijke werking en veiligheid te herstellen.
     
  • Wijziging: een aanpassing aan de oorspronkelijke uitvoering, constructie, functie of werking van de installatie.

Een reparatie of vervanging is niet automatisch een ingrijpende wijziging. Wanneer een ander type onderdeel wordt toegepast of de werking verandert, moet wel worden onderzocht of dit gevolgen heeft voor de veiligheid.
 

Wanneer is een aanpassing aan een GOI ingrijpend?

Een wijziging kan ingrijpend zijn wanneer een bestaande gevelonderhoudsinstallatie zo sterk verandert dat deze volgens de toepasselijke machinewetgeving als een nieuwe machine moet worden beoordeeld.

Dit kan bijvoorbeeld spelen bij:

  • Een vergroting van het draagvermogen of het werkbereik
  • Een verhoging van de bewegings- of hijssnelheid
  • Aanpassingen aan de draagconstructie of ophanging
  • Veranderingen aan de besturing of veiligheidsfuncties
  • Een andere functie of een gewijzigd bedoeld gebruik

Niet iedere aanpassing is automatisch ingrijpend. Dat hangt af van de aard van de wijziging, het toepasselijke wettelijke kader en de gevolgen voor de veiligheid.

Een risicobeoordeling is daarom essentieel. Hiermee wordt onderzocht of nieuwe gevaren ontstaan, bestaande risico's toenemen en de aanwezige veiligheidsmaatregelen voldoende blijven.

Bij een ingrijpende wijziging kunnen aanvullende verplichtingen ontstaan, waaronder een nieuwe conformiteitsbeoordeling en CE-markering.
 

Wanneer moet een gewijzigde GOI opnieuw worden gekeurd?

Volgens artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit moet een arbeidsmiddel opnieuw worden gekeurd na uitzonderlijke gebeurtenissen die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid. Veranderingen aan het arbeidsmiddel vallen hier ook onder.

Na een wijziging die de veiligheid kan beïnvloeden, moet daarom worden vastgesteld welke keuringen en eventuele beproevingen noodzakelijk zijn voordat de installatie opnieuw wordt gebruikt.

Tijdens een aanvullende keuring kan onder andere worden beoordeeld:

  • Of de gewijzigde onderdelen veilig functioneren
  • Welke gevolgen de aanpassing heeft voor de overige onderdelen
  • Of de veiligheidsvoorzieningen nog correct werken
  • Of de installatie overeenkomt met de bijgewerkte technische documentatie
  • Of noodzakelijke aanvullende beoordelingen zijn uitgevoerd

Een periodieke GOI-keuring vervangt niet automatisch de veiligheidsbeoordeling die voor een wijziging nodig is.
 

Moet alleen het gewijzigde onderdeel worden beoordeeld?

Nee. Een wijziging aan één onderdeel kan gevolgen hebben voor de veiligheid en werking van de volledige installatie.

Wanneer bijvoorbeeld een aandrijving wordt vervangen door een ander type, kan dit invloed hebben op de remwerking, belastingen, bewegingssnelheid en veiligheidsvoorzieningen.

Daarom moet niet alleen het gewijzigde onderdeel worden beoordeeld, maar ook de invloed op de rest van de gevelonderhoudsinstallatie.

Voor onderdelen die niet door de wijziging worden beïnvloed, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van bestaande technische documentatie en eerdere beoordelingen.
 

Wie is verantwoordelijk voor het beoordelen van wijzigingen?

De partij die een gevelonderhoudsinstallatie wijzigt, moet de gevolgen van de aanpassing voor de veiligheid beoordelen en onderbouwen.

Bij ingrijpende wijzigingen kunnen bovendien verplichtingen ontstaan die normaal gesproken bij de fabrikant liggen. Welke verplichtingen precies gelden, hangt af van het wettelijke kader en de aard van de aanpassing.

Het is daarom belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken tussen de eigenaar, beheerder, onderhoudsfirma en eventuele andere betrokken partijen.

Leg daarbij vast wie verantwoordelijk is voor het ontwerp, de uitvoering, de risicobeoordeling, de technische documentatie en de noodzakelijke keuringen.
 

Mag een andere partij dan de oorspronkelijke fabrikant een GOI aanpassen?

Ja, dat is mogelijk. Een andere deskundige partij kan werkzaamheden of aanpassingen aan een bestaande gevelonderhoudsinstallatie uitvoeren.

De verantwoordelijke partij moet wel aantonen dat de aanpassing veilig is en beschikt over voldoende technische informatie om de gevolgen voor de installatie te beoordelen.

Betrokkenheid of toestemming van de oorspronkelijke fabrikant kan waardevol zijn, maar vervangt een noodzakelijke veiligheidsbeoordeling niet. Het ontbreken van toestemming betekent ook niet automatisch dat iedere wijziging verboden is.
 

Welke documenten zijn nodig na een wijziging?

Na een wijziging moet aantoonbaar zijn welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en welke gevolgen deze hebben voor de veiligheid.

Afhankelijk van de aanpassing kunnen de volgende documenten nodig zijn:

  • Een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden
  • Een risicobeoordeling van de gewijzigde installatie
  • Aangepaste technische tekeningen en elektrische schema's
  • Berekeningen en testresultaten
  • Documentatie van vervangen of gewijzigde onderdelen
  • Een bijgewerkte gebruiksaanwijzing
  • Een bijgewerkt onderhouds- en keuringslogboek

Bij ingrijpende wijzigingen waarvoor nieuwe fabrikantverplichtingen gelden, kunnen aanvullende documenten noodzakelijk zijn, waaronder een technisch dossier en een verklaring van overeenstemming.
 

Wat als de oorspronkelijke fabrikant of documentatie ontbreekt?

Bij oudere gevelonderhoudsinstallaties komt het voor dat de oorspronkelijke fabrikant niet meer bestaat of dat technische documenten onvolledig zijn.

Ook dan moet de veiligheid van een wijziging aantoonbaar worden onderbouwd. Ontbrekende informatie kan betekenen dat aanvullend technisch onderzoek, berekeningen of beproevingen nodig zijn.

Laat daarom vóór de werkzaamheden beoordelen welke informatie beschikbaar is en welke aanvullende onderbouwing noodzakelijk is. Zo wordt voorkomen dat pas na uitvoering blijkt dat belangrijke gegevens ontbreken.
 

Is na een wijziging altijd een nieuwe CE-markering nodig?

Nee. Een reparatie of aanpassing leidt niet automatisch tot een nieuwe CE-procedure.

Of nieuwe CE-verplichtingen ontstaan, hangt onder andere af van de aard van de wijziging, de gevolgen voor de veiligheid en de toepasselijke machinewetgeving.

Wanneer een wijziging volgens het geldende wettelijke kader zo ingrijpend is dat de installatie als een nieuwe machine moet worden beschouwd, kunnen volledige fabrikantverplichtingen van toepassing worden. Daaronder vallen onder andere de vereiste conformiteitsbeoordeling, technische documentatie en CE-markering.

In bepaalde situaties moet ook een aangemelde instantie, een Notified Body (NoBo), worden betrokken.


Meer weten over CE-markering en wanneer een NoBo nodig is?
Lees ook ons kennisartikel over CE-markering en NoBo-beoordelingen bij gevelonderhoudsinstallaties.

CE-markering bij gevelonderhoudsinstallaties

Praktische aandachtspunten vóór het aanpassen van een GOI

Een goede voorbereiding voorkomt dat na een reparatie of wijziging onduidelijkheid ontstaat over de veiligheid of de benodigde goedkeuring.

Controleer daarom vooraf:

  1. De oorspronkelijke uitvoering: welke technische gegevens, tekeningen en fabrikantvoorschriften zijn beschikbaar?
  2. De gevolgen voor de veiligheid: ontstaan nieuwe risico's of veranderen bestaande belastingen, functies of veiligheidsvoorzieningen?
  3. De verantwoordelijkheden: wie voert de wijziging uit en wie verzorgt de technische en veiligheidskundige onderbouwing?
  4. De benodigde beoordelingen: zijn aanvullende keuringen, beproevingen of een conformiteitsbeoordeling nodig?
  5. De documentatie: welke gegevens moeten worden bijgewerkt en vastgelegd in het logboek?

Door deze punten vooraf te beoordelen, ontstaat duidelijkheid over de werkzaamheden en de voorwaarden voor veilig gebruik.
 

Een gevelonderhoudsinstallatie laten keuren na een wijziging?

Een wijziging aan een gevelonderhoudsinstallatie vraagt om zorgvuldige beoordeling. TÜV NORD Nederland voert onafhankelijke keuringen uit en controleert daarbij de technische staat, werking, veiligheidsvoorzieningen en relevante documentatie.

Meer informatie over de mogelijkheden? Bekijk onze dienstverlening voor de keuring van gevelonderhoudsinstallaties (GOI) of neem contact op.

Aanbevolen bronnen